Hieronder de tekst van een artikel uit het blad M, het Maandblad van NRC Handelsblad, van december 2006. Het artikel werd geschreven door Joep Habets. De foto erbij is van Bart Nieuwenhuis. Bij het artikel stond ook het recept voor "Friese broodpudding". Dat heb ik op deze site opgenomen, bij "Nagerechten" en "Broodgerechten".

Een Fries van Amsterdamse komaf

De wéduwe Joustra, de èrven Lucas Bols, de wéduwe Visser, kennelijk is 'elke dag een glaasje' toch niet zo gezond als men ons wil doen geloven. Toch is door de eeuwen heen het gedestilleerd als heilzaam beschouwd. Zeker als het om kruidenbitters ging, die zelfs een geneeskrachtige werking kregen toegedicht. De beerenburg, nu het bekendste Nederlandse kruidenbitter, verdreef onder meer alle pijnen in de lendenen, was goed tegen scheurbuik en doodde wormen bij jong en oud.

Bij beerenburg denken we aan Friesland. De drank wordt ook elders in het land gemaakt, maar de productie en zeker de consumptie concentreert zich in het noorden.

In weerwil van de Friese aanspraak op berenburg als 'ús nasjionale slôkje' ligt de oorsprong van de drank in Amsterdam. De drank ontleent zijn naam aan kruidenhandelaar Hendrik Beerenburg. Sinds 1724 handelde hij in kruiden aan de Amsterdamse Stroomarkt, in de buurt van de Haarlemmersluis. Hij verkocht de kruiden aan passerende Friese en West-Friese schippers die van en naar de bollenstreek voeren. Ze trokken de kruiden in jenever en brandewijn en de drank kreeg de naam van de kruidenleverancier. Vooral in Friesland was de beerenburg een succes. Caféhouders, drankhandelaars en distillateurs maakten daar hun eigen beerenburg.

Tot in de negende generatie verkochten de nazaten van Hendrik Beerenburg de kruidenpakketjes. Maria van Deventer, de laatste uit het geslacht, nam in 1979 het recept in haar graf mee. Bestond het mengsel nu uit vijftien of vijftig kruiden? Om welke kruiden ging het en in welke verhoudingen? En waren ze afkomstig uit Venetië, zoals sommigen beweren, uitde Alpen of uit Duitse kruidentuinen? We zullen er wel nooit meer achter komen.

Jacob Hooy in Amsterdam verkoopt nog steeds zakjes 'opregte Maag-Kruiden, die bij Niemand anders dan bij mij Hendrik Beerenburg verkogt worden'. Je kunt er zelf beerenburg van trekken in brandewijn, wijn of jenever. Zeventig gram is voldoende voor een liter.

 

Eikenhouten vaten

De professionele beerenburgmakers hebben elk hun eigen bereidingswijze. Sommige fabrikanten trekken de kruiden slechts 24 uur op alcohol, anderen drie weken en een enkele een periode van twee tot wel elf maanden. De een doet het in lageringtanks, de ander in Keulse potten of eikenhouten vaten. Om de eigen bereidingswijze te beklemtonen wordt ook op de naam beerenburg gevarieerd, zo zijn er producenten die spreken van berenburg, beerenburger of beerenburgh.

Een zichzelf respecterende fabrikant hoedt er zich voor kruidenextracten te gebruiken. Over de gebruikte kruiden toet men evenwel geheimzinnig. Elke producent zegt zijn eigen unieke geheime mengsel te hebben. Soms wordt er een tipje van de sluier opgelicht en zo komen we erachter dat duizendguldenkruid, zoethout, laurierbes, sandelhout, esblad en oranjeschillen deel kunnen uitmaken van het mengsel. Volgens de voorschriften van de Europese Unie zit in beerenburg in elk geval gentiaanwortel, laurierblad en jeneverbes. Het alcoholpercentage is tenminste dertig procent en er mag ten hoogste twintig gram suiker per liter in zitten.

Hoewel de verschillende beerenburgers, vijfentwintig merken van tien producenten, nagenoeg hetzelfde ogen, kan de smaan uiteenlopen van tamelijk neutraal tot echt bitter en van vlak tot geprononceerd. Blijkens een krantenknipsel uit 1974 moest Maria van Deventer niets van deze brouwsels hebben. De beschouwde het als namaak van 'knoeilappen'. Het geheim van de waren beerenburg ligt op het kerkhof.